Metrostation Rotterdam

Projectinformatie

Project Metrostation Rotterdam
Locatie Rotterdam

Bouwen op de vierkante centimeter: bij de verbouwing van het ondergrondse metrostation Centraal Station in Rotterdam is het passen en meten.

Immers, tijdens de bouw moet alles doorgaan: trams, bussen en metro's moeten blijven rijden en halteren, reizigers en passanten moeten hun weg kunnen vervolgen en ook het auto- en fietsverkeer moet doorgang blijven vinden. Taxi's moeten zichtbaar en bereikbaar blijven, én er moet een heel nieuw bovengronds stationsgebouw worden gebouwd, Rotterdam Centraal. Hoe wordt dat allemaal georganiseerd?

De bouwmethode
De oplossing is de wanden-dakmethode. Deze bouwmethode houdt in dat er geen open bouwput wordt gegraven, maar dat er een soort doos wordt gemaakt waarin de bouw ondergronds kan plaatsvinden, zodat alle activiteiten die zich bovengronds afspelen zo weinig mogelijk gehinderd worden.

Polderconstructie
Het metrostation CS wordt gemaakt met behulp van de zogeheten polderconstructie. Een polderconstructie zorgt ervoor dat de bouwput op een droge manier kan worden ontgraven. In dit geval wordt dat gerealiseerd door middel van het aanbrengen van diepwanden tot in een waterremmende grondlaag. Voordeel van deze methode is dat de bemaling van de bouwput geen invloed heeft op het grondwater in de omgeving. Daarmee is het risico voor de panden in de omgeving zo laag mogelijk.

Diepste punt 
De diepwanden worden tot circa 41 meter diepte aangebracht. Hier ligt de Laag van Kedichem. Deze laag bestaat uit zand en klei en zorgt ervoor dat er geen of nauwelijks water van onderaf de bouwput binnendringt. De diepwanden zorgen ervoor dat er vanaf de zijkanten geen water de bouwput kan binnendringen. Op deze manier ontstaat er een waterdichte bouwkuip, oftewel een polderconstructie. Na het aanbrengen van de diepwanden volgt het ontgraven van de bouwput. Tijdens het ontgraven worden stempels aangebracht om de diepwanden te ondersteunen.