INFRA

Brug over de Waal (A50)

Projectinformatie

Project Brug over de Waal (A50)
Locatie A50 tussen Ewijk en Valburg
Opdrachtgever Rijkswaterstaat
Architect Quist Wintermans Architecten
Looptijd apr 2010 - mei 2013

Tacitusbrug

De combinatie Waalkoppel (bestaande uit Mobilis, Dywidag en Van Gelder) heeft tussen de knooppunten Ewijk en Valburg de A50 in beide richtingen van 2x2 rijstroken naar 2x4 rijstroken verbreedt.

Hiervoor is een extra brug over de Waal gebouwd ten westen van de bestaande brug en zijn de knooppunten Ewijk en Valburg aangepast.

Met een lengte van 1.050 meter is de extra Waalbrug een bijzonder en opvallend project.

Twee-eenheid

De extra brug en de bestaande Waalbrug zijn tuibruggen. Het wegdek ‘hangt’ boven de rivier aan dikke kabels tussen grote pilaren (pylonen). De nieuwe brug lijkt als twee druppels water op de oude. Samen vormen de bruggen in 2013 een twee-eenheid die mooi in het open en weidse rivierlandschap past.

Steunpunten als basis

Om de bouwtijd zo kort mogelijk te houden is de bouw  van de brug gelijktijdig aan beide zijden van de rivier gestart. De uiterwaarden en de rivier zijn voorzien van ovale steunpunten (pijlers). Daarop rust het brugdek. In de uiterwaarden zijn ook een aantal tijdelijke steunpunten geplaatst om het brugdek erover heen te schuiven. De afstand tussen de definitieve steunpunten was daarvoor te groot.

Schuifmethode

De extra Waalbrug is gebouwd volgens de zogenoemde ‘schuifmethode’. Vanaf de werklocaties aan beide oevers schoven betonnen brugdelen telkens verder naar het midden van de Waal. Elke twee weken groeide de brug circa dertig meter. De onderkant van het brugdek bestaat uit twee kokers. Die werden op de bouwplaats in een mal geproduceerd. Vervolgens legden kranen grote betonnen liggers tussen de kokers. Het geheel werd afgedekt met een laag beton. Deze laag zorgt ervoor dat kokers en liggers samen één brugdek vormen.

Hydraulische installatie tilt en schuift

Zodra een brugdekelement van 30 meter gereed is, wordt het over de steunpunten geschoven. Een hydraulische installatie tilt de brugdekelementen vanaf de bouwlocatie op en schuift ze vervolgens richting de pijlers en tijdelijke steunpunten. Aan het eerste brugdekelement is een langwerpige staalconstructie (voorbouwsnavel) bevestigd. Deze verlengt het brugdek en vergemakkelijkt het schuiven.

Over de rivier bouwen

Het schuifproces over de uiterwaarden stopt totdat het brugdek voorbij de eerste rivierpijler is. Dan wordt gestart met het bouwen van de 50 meter hoge pylonen. Dit gebeurt met een klimbekisting. Over de Waal komt de hoofdoverspanning (270 meter). Voor dit deel van de brug werd de vrije voorbouwmethode gehanteerd. In plaats van de voorbouwsnavel kwam op het voorste brugdekelement een voorbouwwagen met daaraan een constructie om brugkokers te maken.  Als er twee brugdekelementen zijn gemaakt, worden de eerste tuien eraan bevestigd. Deze stalen kabels hangen het brugdek op aan de pyloon. Dit was nodig omdat er bij de hoofdoverspanning geen steunpunten meer zijn waarop het brugdek kan rusten.

Het sluitstuk

Zo ging het bouwproces aan beide oevers door totdat er een opening van enkele meters overbleef. Hierna werden de voorbouwwagens verwijderd en beide brugdelen aan elkaar gebouwd. Daarna is de brug verder afgebouwd met onder meer een geleiderail en verlichting. Ook is er geluidsarm asfalt over het brugdek aangebracht. Omdat al het werk hoog boven het water plaatsvindt, konden de schepen door blijven varen en ondervonden ze geen hinder. Dit is belangrijk want de Waal is een van de drukst bevaren rivieren in Nederland.

A50 in vogelvlucht